Carneool werking: betekenis, eigenschappen en verzorging

Carneool is een warme, vlees- tot bruinrode edelsteen uit de familie van de kwartsen. Deze gids laat zien hoe hij je kan helpen aarden en wat zijn naam met vlees en een rode vrucht te maken heeft. Ook lees je hoe je zijn kleur goed houdt. Je vindt de stukken op voorraad bij Carneool.

Carneool werking in het kort

Carneool helpt je te aarden, en hij staat voor het tweede chakra.

Wil je energetisch werken, dan is een stuk Carneool daar een fijn exemplaar voor. Door zijn kleurpracht laat hij je ook stralen.

Carneool betekenis: vlees of kornoelje

Over de herkomst van de naam bestaan twee verklaringen. De eerste wijst naar het Latijnse caro, en dat betekent vlees. Dat past bij zijn vleesrode tint.

De tweede verklaring gaat via het middeleeuwse corneolus terug op cornum. Zo heette de kornoelje, een struik met doorschijnende rode vruchten die op de steen lijken.

In het Engels werd cornelian later carnelian, naar analogie met dat Latijnse woord voor vlees. De oude Nederlandse naam is kornalijn, en in onze eigen teksten schrijven we soms carneol.

Kleur, hardheid en vindplaats van Carneool

Mineralogisch is Carneool een variëteit van Chalcedoon. Daarmee hoort hij bij de kwartsen, met de formule SiO2.

De rode kleur komt van ijzer. Dat zit als kleine onzuiverheden in het mineraal, in de vorm van ijzeroxide.

De tint loopt van vleesrood tot bruinrood. Sommige stukken zijn doorschijnend, andere helemaal ondoorzichtig.

Op de schaal van Mohs heeft Carneool een hardheid van 6,5 tot 7. Dat maakt hem een stevige steen.

Carneool ontstaat in vulkanische gebieden en in zones waar gesteente verweert. Bekende vindplaatsen liggen in India, Saoedi-Arabië en Egypte. Ook in de Verenigde Staten, Australië, Rusland, Tsjechië, Duitsland en Roemenië wordt hij gevonden.

Carneool herkennen

Carneool heeft een wasachtige tot harsachtige glans. Bekijk een stuk in tegenlicht: zo merk je of het doorschijnend is of dekkend.

Als chalcedoon bestaat hij uit piepkleine kwartskristallen, met wat moganiet ertussen. Die kristallen zijn zo klein dat je ze zonder vergroting niet ziet.

Een naaste verwant is sarder. Die steen is meestal harder en donkerder, maar de grens tussen de twee is niet scherp. Vaak worden de namen door elkaar gebruikt.

Chalcedoon kent nog meer variëteiten, zoals Agaat, onyx, chrysopraas en jaspis.

Carneool door de eeuwen heen

Carneool werd al voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor zegelstenen en sieraden.

De Romeinen sneden er veel zegels in voor hun zegelringen. Daarmee drukten ze een zegel in was op hun brieven. Hete was blijft namelijk niet aan Carneool plakken.

Ook veel eerder werd de steen al gebruikt. Op Kreta is Carneool gevonden in lagen uit de Minoïsche bronstijd, bij Knossos. In de Indusbeschaving maakte men kralen van Carneool met geëtste motieven.

De oudste kralen van rode chalcedoon komen uit Bulgarije, uit de vroege jonge steentijd. In het grafveld van Varna zijn de eerste gefacetteerde kralen van Carneool gevonden. In Mehrgarh boorde men al gaten in Carneool met een boogboor.

Sarder werd gebruikt voor Assyrische rolzegels en voor Egyptische en Fenicische scarabeeën. In het British Museum ligt een Nieuw-Assyrisch zegel van Carneool, met daarop Isjtar-Gula als sterrengodin.

Waar Carneool bij gebruikt wordt

Aarden en energie zijn de thema's die wij aan Carneool koppelen.

Carneool komt bij ons als obelisk, bol, dubbeleinder, merkaba en ster, en daarnaast als handsteen. Sommige stukken staan op een standaard.

De handstenen zijn allemaal ongeveer even groot. Een dubbeleinder heeft een punt aan beide uiteinden. Zo'n stuk kan diep rood zijn, met een mooie witte slinger in het midden.

Carneool in kaarsen, oplaadschijven en chembusters

Carneool gebruiken we ook in ons eigen werk. In een handgemaakte edelsteenkaars zit hij naast Amethist, Bergkristal, Sodaliet, Tijgeroog, groene Aventurijn en rode Jaspis.

Wat Amethist in zo'n combinatie meebrengt, vind je in de gids over Amethist werking.

In een oplaadschijf ligt Carneool tussen onder meer Seleniet, Bergkristal en Maansteen. Daartussen zitten metalen, en een koperen vortex zorgt voor extra kracht.

Zo'n schijf staat voor verbinding, zowel naar boven als naar beneden. De Tree of Life is daarbij het symbool, en dat noemen we zelf mooi en krachtig.

Ook in chembusters komt hij terug. In de ene zit hij samen met Aquamarijn, Rutielkwarts en Apatiet, met een Lemurisch Bergkristal als afwerking in de hoofdpijp. In een andere zit hij tussen Watermeloen Toermalijn, Amazoniet en Seleniet.

Carneool verzorgen: warmte, zeep en opladen

Warmte kan de kleur van Carneool veranderen. Door verhitting wordt het rood dieper. Wil je de kleur houden zoals hij is, leg hem dan niet op een verwarming of bij een andere warmtebron.

Krassen is minder een zorg, want met hardheid 6,5 tot 7 is hij stevig.

Zeep of schoonmaakmiddel gebruik je bij Carneool niet. Bij geen van onze edelstenen komt dat eraan te pas.

Voor het opladen leg je hem op een Seleniet schijf. In onze gids Seleniet werking lees je waarom.

Veelgestelde vragen over Carneool

Komt Carneool voor in de Bijbel?

Een naaste verwant wel. De Hebreeuwse odem, ook vertaald als sardius, was de eerste steen in het borstschild van de hogepriester. Het ging om een rode steen, waarschijnlijk sarder.

In het boek Openbaring lijkt degene op de hemelse troon op jaspis en sardius. Ook in de fundamenten van de muur van de hemelse stad staat sardius genoemd.

Hoe donker kan Carneool zijn?

De kleur kan sterk verschillen. Ze loopt van bleek oranje tot een intense tint die bijna zwart is.

Waar komt de naam chalcedoon vandaan?

Die komt van het Latijnse chalcedonius. Waarschijnlijk is dat afgeleid van Chalcedon, een stad in Klein-Azië.

Carneool uitzoeken

De kleur verschilt per stuk, dus kies vooral wat je aanspreekt. Alles wat op voorraad is, staat bij Carneool.

Ben je benieuwd hoe dat rood er in het echt uitziet? Dan plannen we graag een afspraak in onze ruimte in Tiel.